Uiterlijk op 31 december 2026 moet ook de VME een asbestattest hebben voor de gemene delen. Wij zetten de regels op een rij en nemen de sanering vlot voor onze rekening.

Wie een appartement of gebouw verkoopt met bouwjaar vóór 2001, moet sinds 23 november 2022 een asbestattest kunnen voorleggen. Voor mede-eigendommen geldt er een extra verplichting: uiterlijk op 31 december 2026 moeten de gemene delen van elke VME een asbestattest hebben. Ook als er geen verkoop op til is.
Die attestplicht zorgt bij veel syndici en mede-eigenaars voor vragen. Wat moet er precies gebeuren? Wie stelt het attest op? En wie ruimt het asbest op als het gevonden wordt? Hier leest u hoe het zit, en waar u bij Credim terecht kunt.
Het asbestattest is een officieel document dat een gecertificeerd asbestdeskundige (ADI) opmaakt. Het geeft weer of er asbest aanwezig is in de gemene delen, waar precies, en in welke staat het verkeert. Denk aan de trappenhal, de kelder, de technische ruimtes, de liftkoker, de garage of de buitenzijde van het gebouw. De deskundige kan ook een asbestinventaris opmaken, die nog gedetailleerder is. Het attest zelf wordt afgeleverd door OVAM.
Belangrijk: een erkend asbestverwijderaar zoals Credim stelt geen attest op. Wij komen pas in beeld nadat het attest is opgemaakt en er asbest verwijderd moet worden.

Zodra het attest er is, bekijkt u samen met uw syndicus wat erin staat. Is er geen asbest gevonden, dan is het een kwestie van het attest goed bij te houden. Is er wel asbest, dan hangt het van de staat af of er onmiddellijk iets moet gebeuren. Beschadigd of losgebonden asbest moet snel weg. Hechtgebonden materiaal dat nog in goede staat is, mag soms blijven zitten, maar dan moet het wel opgevolgd worden. Het doel is dat alle gebouwen van vóór 2001 tegen 2040 asbestveilig zijn.
Voor de gemene delen ligt de verantwoordelijkheid bij de VME. Dat betekent dat de mede-eigenaars samen beslissen over een eventuele sanering. Die beslissing valt niet altijd makkelijk, want het gaat om een gemeenschappelijk budget. Toch is uitstel vaak geen goed idee, zeker niet als het asbest in slechte staat is of als er renovatiewerken gepland zijn.
Wanneer het asbest in de gemene delen verwijderd moet worden, doet u best een beroep op een professioneel asbestverwijderingsbedrijf. Credim is erkend en werkt in heel Vlaanderen. We zetten de drie wettelijke technieken in, afhankelijk van het materiaal en de risico's:
Zo'n aanpak betekent dat we de werf goed afschermen, de nodige veiligheidsmaatregelen nemen en het asbest correct afvoeren.
Niet alles moet door een erkend bedrijf gebeuren. Een particulier mag in sommige gevallen zelf hechtgebonden asbest verwijderen, bijvoorbeeld een stuk golfplaat van een afdak. Maar voor de gemene delen van een appartementsgebouw is dat vaak niet van toepassing. De VME is geen particulier, en de plaatsen waar asbest zit, zijn vaak moeilijk bereikbaar of in slechte staat. Ook niet-hechtgebonden asbest, zoals leidingisolatie, moet altijd door een erkend verwijderaar weggehaald worden. Die isolatie zie je vaak in kelders rond cv-buizen: een brokkelige, witte of grijze laag, soms omwikkeld met jutedoek. Breek er niet aan; het kan vezels vrijgeven.
Heeft u een asbestattest voor uw gebouw en is er asbest gevonden? Neem dan contact op met Credim. We bekijken samen wat er moet gebeuren en geven u een duidelijke offerte. Zo weet u waar u aan toe bent.
Een erkend deskundige komt langs, beoordeelt de situatie en geeft je een duidelijk, vrijblijvend voorstel.